Aandelen in de VOC

Gepubliceerd op: 14 juni 2020

Dit blog heeft als onderwerp: de aandelen van de VOC. Het verslag is opgedeeld in een hoofdvraag en een aantal deelvragen, namelijk:

Hoofdvraag: Wat zijn de redenen geweest voor het uitgeven van aandelen door de VOC?
Deelvragen:

  1. Hoe is de VOC begonnen?
  2. Hoe zat de structuur van de VOC in elkaar?
  3. Wat waren de activiteiten van de VOC?
  4. Wat deed de VOC met het geld van de aandeelhouders?
  5. Hoe maakte de VOC winst?
  6. Wat kregen de aandeelhouders en was het winstgevend?

Ik ben tot dit onderwerp gekomen door te kijken welke vakken ik leuk vind en dat zijn geschiedenis en economie. Daarna ben ik gaan kijken waar dat samen komt en dacht ik gelijk aan de VOC, de VOC ontstaan ca. 1602 is immers de eerste NV (Naamloze Vennootschap) ooit in de wereld en in deze tijd was Nederland economisch gezien zeer welgesteld.
Eerst had ik als onderwerp: het verschil en de overeenkomsten tussen de economie van de VOC en de economie van nu. Dat was echter een te breed onderwerp en ben ik met mijn begeleider gekomen tot het onderwerp: De aandelen van de VOC.

Hoe is de VOC begonnen?

Toen de Portugezen niet meer in staat waren om Europa te voorzien van genoeg specerijen en peper steeg de prijs. Doordat de prijs steeg was het aantrekkelijk voor kooplieden om zelf naar Azië te gaan om de specerijen en peper te halen en te verkopen. Er ontstonden twaalf voorcompagnieën die verdeeld waren in heel Nederland en allen op eigen “houtje” werkten. Deze voorcompagnieën waren niet alleen gestart omdat de markt gunstig was maar vooral om te laten zien dat ook de Republiek Der Zeven Verenigde Nederlanden in staat was om naar Azië te varen. De eerste voorcompagnie begon op 1595 daarna zijn er vijftien expedities geweest waaraan 65 schepen deelnamen. Tussen de twaalf compagnieën ontstond er moordende concurrentie waarvan Portugal weer kon profiteren.

De Staten-Generaal van de Republiek wilde niet dat de Portugezen konden profiteren van de concurrentie tussen de voorcompagnieën. Dus op 20 maart 1602 richtten Johan van Oldenbarnevelt en Prins Maurits de Verenigde Oost-Indische Compagnie op. De VOC is de eerste naamloze vennootschap, omdat hun aandelen vrij werden verhandeld en iedereen ze kon kopen. De VOC kreeg van de Staten-Generaal een octrooi voor de handel tussen Kaap de Goede Hoop en de Straat van Magellanes. Met dit octrooi kreeg de VOC het alleenrecht om te handelen in het gebied en is meerdere malen verlengd. Ook mocht de VOC van de Staten-Generaal overeenkomsten sluiten, forten te bouwen, oorlog voeren en lokale besturen installeren in de octrooigebieden. Na de oprichting van de VOC en het uitgeven van de aandelen had de VOC een startkapitaal van maar liefst 6.424.588 Gulden.

Hoe zat de structuur van de VOC in elkaar?

Er waren zes verschillende kamers waar het bestuur van de VOC zich vestigden. Deze kamers waren in Amsterdam, Zeeland (Middelburg), Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen. De eerdere bewindhebbers van de voorcompagnieën waren nu de directeuren van de VOC. Het verschil tussen de voorcompagnieën en de VOC was dat de VOC geen gelegenheidsonderneming meer was. Dat wil zeggen dat na een expeditie de schepen niet verkocht werden en het personeel niet ontslagen werd. De voorcompagnieën telden samen 76 bewindhebbers en dus waren er evenzoveel directeuren.
In het octrooi stond dat het aantal vanzelf minder werd naar zestig directeuren.
Amsterdam had twintig bewindhebbers, Zeeland veertien en de kleinere kamers namelijk Delft, Rotterdam, Enkhuizen en Hoorn hadden er ieder zeven. Dit was verdeeld op basis van het kapitaal dat de kamer had ingebracht. Amsterdam had f 3.679.915 ingelegd, Zeeland f 1.300.405, Enkhuizen f 540.000, Delf f 469.400, Hoorn 266.868 en Rotterdam f 173.000 aan kapitaal.

In Amsterdam waren er vier commissies die alles regelden:

  • De Heren van het pakhuis, zij beheerden de pakhuizen.
  • De commissie van Ontvang beheerden de kas en de inkoop en uitgaven van het zilver en goud.
  • De commissie van Equipage regelden de bouw van de schepen, de uitrusting van de schepen en de bemanning van de schepen.
  • De commissie van de rekenkamer regelden de boekhouding, veilingen en aandeelhoudersregister.
    Zeeland had dezelfde commissies behalve de Heren van het pakhuis en de kleinere kamers hadden soortgelijke commissies.

Om de organisatie zo goed mogelijk te laten verlopen was er een hoofddirectie ingesteld: de Heren XVII oftewel de Heren 17. Dit waren zeventien afgevaardigden die hun kamer vertegenwoordigden. Amsterdam had acht mensen in de hoofddirectie zitten, omdat zij de grootste kamer waren. Zeeland had vier afgevaardigden en Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen ieder één. Om te voorkomen dat Amsterdam een meerderheid zou krijgen was het zeventiende lid iemand die afwisselend uit Zeeland of uit één van de kleinere kamers kwam. Ondanks dit had Amsterdam de meeste invloed. De Heren XVII hadden drie vergaderingen per jaar die een paar weken duurden.

De vergaderingen waren afwisselend in Zeeland en Amsterdam om de zes jaar. De vergaderingen waren afgestemd op het vertrek en de aankomst van de vloten. In september kwam de retourvloot terug en toen werd de belangrijkste vergadering gehouden.

Wat waren de activiteiten van de VOC?

Het doel van de VOC was: zeehandel met het gebied ten oosten van de kaap de goede hoop en ten westen van de straat Magellaan. Om dit doel te realiseren en zoveel mogelijk winst te maken
moesten er een aantal activiteiten plaatsvinden.

Er waren zowel activiteiten in de Republiek der zeven verenigde Nederlanden als in het handelsgebied.
In de Republiek werd bepaald, waar de vloot heen ging welke route ze moeste varen, wat voor handelswaar er mee teruggenomen moest worden.

Ook werden er schepen gebouwd, uitgerust en bemanning geregeld. Hiervoor had de VOC de commissies ingesteld.
Omdat de VOC niet de enige was die handel wilde drijven met Azië waren er ook zeeslagen. De VOC had dus ook veel oorlogsschepen en soldaten. De soldaten waren er niet alleen voor de zeeslagen maar ook moesten gebieden veroverd worden om het bestuur over te nemen. Echter de grootste en belangrijkste activiteit was handel drijven.

Dit werd vooral gedaan in Mokka, Perzië, Gujarat, Malabar, Ceylon, de Coromandelkust, Bengalen, Ayutthaya, Cambodja, Birma, Vietnam, Formosa, China, Japan, Java en de Molukken, want hier was de meeste winst te behalen. De VOC deed voornamelijk aan ruilhandel dan betaalde ze niet met geld maar met goud of zilver, omdat ze in het Oosten geen producten wilden uit Europa en dus wilden ze geen geld.

Wat deed de VOC met het geld van de aandeelhouders?

Net zoals elke onderneming had de VOC een startkapitaal nodig dit werd gedaan door middel van het uitgeven van aandelen. In de 17e eeuw was dit erg nieuw. Op 16 maart 1602 was de VOC opgericht en iedereen van de Republiek kon tot en met 31 augustus 1602 naar een kamer gaan om geld in te leggen. Het geld wat je inlegde kon in termijnen betaald worden. De aandelen konden na het inschrijven vrij verhandeld worden, maar niet bij een andere kamer ingeschreven worden. Dit werd gedaan om zo het ingelegde kapitaal per kamer gelijk te houden. Ook kon er na 31 augustus geen geld meer bij gelegd worden of geld terug gehaald worden.

Het geld van de aandeelhouders gebruikte de VOC voor het bouwen van schepen en het uitrusten ervan, betalen van personeel en soldaten en het inkopen van goud en zilver voor de handel. Het geld was nodig om dit allemaal te financieren en het uitgeven van aandelen was een goeie en vernieuwende manier om aan het geld te komen, om grote operaties als deze in uitvoering te nemen.

Hoe maakte de VOC winst?

In de eerste jaren was de VOC meer een kaapvaartcompagnie dan een handelscompagnie, toch waren er een paar expedities voor handel. Er werd dan ook flink geïnvesteerd in oorlogsschepen en soldaten om zich in Azië te vestigen. Ook moest de VOC de Portugese concurrentie uitschakelen. De VOC had meerdere forten en 150 tot 200 schepen ingenomen. De VOC gaf ook geld aan de Staten-Generaal van de Bataafse Republiek om de havens van Portugal te blokkeren en ook om oorlog- en handelsschepen van de Portugezen aan te vallen. Begin jaren twintig van het decennium 1600 richtte de VOC zich bijna alleen nog maar op handel.

De eerste vier expedities draaide de VOC verlies, er werden meer specerijen ingekocht dan verkocht tijdens de veilingen. Pas na 1605 kwam de eerste rijke lading binnen en toen begon de koers van de aandelen te stijgen maar er was nog steeds niet veel winst. Toen de VOC zich meer met handel bezig ging houden begonnen ze met winst maken. De belangrijkste handelsproducten van de VOC waren: peper, kruidnagel, muskaatnoten, foelie, kaneel, rijst, koffie, thee, suiker, opium, goud, zilver, koper, tin, porselein, olifanten, zijde en kleden. Deze producten waren luxegoederen en werd dus voor veel geld verkocht op de veilingen.

Eind 17e eeuw bracht de handel met Azië niks meer op en werd er verlies gedraaid (te zien in het figuur). Dit heeft verschillende redenen. Als eerste werd de handel met Japan steeds minder en de export van zilver en goud met Japan werd zelfs verboden. Als tweede was dat de VOC zich meer ging concentreren op de handel van goedkope massagoederen in plaats van de luxegoederen die ze voorheen verhandelde. Dit ging ten koste van de winstmarge. De steeds groter wordende macht van de Britten en de Fransen is ook een belangrijke reden. Zo kregen de Britten monopolie op opium en was de VOC niet langer de baas in het handelsgebied. Ook ging de winst naar beneden doordat het personeel van de VOC zelf ging handelen en het geld zelf houden. Na de Engelse-Nederlandse oorlog ging het snel mis. De Engelsen waren nu de baas in Azië en de handel van de VOC lag stil. De Engelsen hadden ook grote voorraden handelsgoederen in beslag genomen. Het einde van de VOC was in zicht de steun van de banken en de Staten-Generaal hielpen niet meer. Wat kregen de aandeelhouders en was het winstgevend?

Acht jaar na het inleggen van geld werd er voor het eerst dividend uitgekeerd. Dit werd niet uitgekeerd in geld maar in specerijen, omdat de VOC niet genoeg geld in de kas had. Het volgende jaar had de VOC weer niet genoeg geld om het uit te keren en besloot de Staten-Generaal dat de aandeelhouders tien jaar moesten wachten. Pas na 1622 begon de VOC echt met het uitkeren van dividend maar voor de aandeelhouders was dit niet echt winstgevend. Het dividend bedroeg gemiddeld 6 procent op jaarbasis en dat was lager dan de meeste banken gaven voor het sparen.

Tot 1781 werd er dividend uitgekeerd daarna werd door de kamers surseance van betaling aangevraagd en waren ze met het uitkeren gestopt. Voor de aandeelhouders was het dividend niet winstgevend, want dan kon men net zo goed naar de bank gaan. Echter was het handelen in aandelen wel winstgevend. Er zijn zelfs kleine bedrijven opgestart om er zoveel mogelijk winst mee te maken.
Het was winstgevend, omdat het in de goeie tijd van de VOC steeds beter ging, waardoor de aandelen stegen in waarde. Echter als je een aandeel had in de laatste periode betekende dat groot verlies. Er werd namelijk geen dividend meer uitgekeerd en ook de koersen bleven maar dalen, dus op het laatst waren de (duur gekochte) aandelen niets meer waard.

Wat zijn de redenen geweest voor het uitgeven van aandelen door de VOC?

Een aandeel is een bewijs dat je samen met andere aandeelhouders hebt geïnvesteerd in een bedrijf (in dit geval de VOC) en daardoor afhankelijk van de hoeveelheid aandelen een stukje mede eigenaar bent van het bedrijf. Als je in bezit ben van een of meer aandelen heb je recht op dividend en op stemrecht. Het verschil met geld lenen van de bank of een rijk iemand is dat er meerdere mensen inspraak hebben, omdat er meerdere aandeelhouders zijn. Het verschil met zelf financieren is dat als het bedrijf failliet gaat hij of zij niet zijn geld kwijtraakt.

Voordat de aandelen werden uitgevonden had men andere manieren om aan geld te komen. Dit deed men door geld te lenen bij de bank, geld te lenen bij rijke mensen of zelf het bedrijf financieren als je genoeg geld had. Deze manieren worden nu nog steeds gebruikt. De VOC gebruikte aandelen om aan geld te komen, omdat één iemand niet zoveel geld had om dit grote project te financieren. Om hier een oplossing voor te bedenken had de raad alle opties bekeken en daar kwam uit dat het uitgeven van aandelen de beste manier was om aan geld te komen.

De VOC was niet het eerste bedrijf dat aandelen uitgaf er waren namelijk in de 16e eeuw al een paar Italiaanse ondernemingen die met aandelen werkte. Dit verschilde wel met de aandelen van de VOC.
De eerste aandelen werden namelijk niet vrij verhandeld en de aandeelhouders kregen ook na een paar jaar al hun geld terug. Bij de VOC was het aandeel zolang als het bedrijf bestond geldig.. om toch geld te verdienen met de investering wachtten aandeelhouders op een uitkering van dividend (delen in de winst) of gingen zij hun aandelen verhandelen om zo geld te verdienen. Dus eigenlijk was het aandelen uitgeven van de VOC niet nieuw maar het vrije handelen van de aandelen en dat het geld lang werd vastgehouden was wel nieuw.

Om de Verenigde Oost-Indische Compagnie op te richten hadden ze veel geld nodig. De VOC moest natuurlijk schepen bouwen, personeel betalen en ze hadden natuurlijk geld nodig om de specerijen te kopen. Het was dan ook niet zomaar een bedrijf, maar het grootste bedrijf van de wereld in die tijd. Om aan het geld te komen had de VOC bedacht om aandelen uit te gaan geven. Door aan kapitaal te komen via aandelen was de VOC onafhankelijk aan de Republiek en kon de VOC zelf beslissingen nemen over het geld.

Samenvatting

De VOC was een vooruitstrevende organisatie van wereldformaat, door het zoeken van een goede manier van financieren/investeren middels aandelenuitgifte en het samenwerken in plaats van met elkaar concurreren van de gewesten ontstond vanaf ca. 1602 het grootste handelsbedrijf van de wereld waar we nog steeds met trots naar kunnen kijken.
Tijdens mijn studiebezoek aan de bataviawerf werd ik meegenomen in de wereld de handel en in de scheepvaart zoal deze in die jaren moet zijn geweest.

Op het authentiek nagebouwde schip proefde ik een stuk geschiedenis en door de enthousiaste begeleiding werden we meegenomen in de geschiedenis en verdienmodellen van deze periode, het zal niet altijd een pretje zijn geweest aan boord van het handelsschip waar ca. 335 mensen 6 maanden verbleven om naar de handelsgebieden uit te varen.
Tevens zagen we hoe de handel werd opgeslagen en beschermd weersinvloeden, en hoe de schepen middels kanonnen aan boord werden beschermd, dit geeft aan hoe belangrijk de handel was, dit zorgde immers voor de winstgevendheid van de handelsmissies van de VOC.

De aandelenuitgifte van destijds was niet helemaal nieuw, de Italianen deden dit enkele jaren daarvoor al op een iets andere wijze, maar de omvang van de VOC ende visie van de kamers en de republiek hebben ervoor gezorgd dat dit alles tot stand kon komen.

Uiteindelijk is het vanwege concurrentie en oorlogen met andere landen niet gelukt de VOC te handhaven, wat we er wel aan over hebben gehouden zijn onze Nederlandse ondernemingsgeest en de handel in aandelen over de hele wereld.
Iets om zeker bij stil te staan en waar we trots op kunnen zijn!

Mark

Chef content bij Online Marketing Club. Wat ik doe? Simpel: ervoor zorgen dat alle blogs geweldig worden!
Share This